Jongeren in woonnood

Jongeren zijn extra kwetsbaar op de Vlaamse woonmarkt. Ze hebben vaak (nog) geen job en moeten rondkomen met een uitkering die ver onder de armoedegrens ligt. Op de private markt is het aanbod ondermaats: zeer beperkt, en vaak woningen van slechte kwaliteit waarvoor je veel te veel huur moet betalen. Discriminatie is schering en inslag. Kwetsbare jongeren maken geen kans op kwaliteitsvolle woningen, omdat ze jong zijn, OCMW-cliënt zijn, de verkeerde huidskleur hebben, … De meeste jongeren moeten jaren wachten vooraleer ze kans maken op een sociale woning. Bij Jong Gent in Actie, de jongerenwerking van Gentse armoedeverenigingen, kunnen de jongeren erover meepraten. Enkele voorbeelden uit de dagelijkse praktijk van jonge mensen op zoek naar een dak boven hun hoofd.

Andy: “Ik ga bij mijn zus douchen, want in mijn eigen douche wil ik niet meer in. Zo vuil ligt het erbij.”

Andy woont op een kamer, letterlijk 1 kamer die dienst doet als leef-, kook- en slaapruimte. Daarvoor betaalt hij €350/maand. “Het is het enige wat ik me financieel kan veroorloven. Maar aangenaam is het zeker niet. In de douche valt de vuiligheid van de muren. Ik durf me er zelfs niet meer te douchen. Daarvoor ga ik bij mijn zus.”
Al jaren wacht hij op een sociale woning, maar dat is nog verre toekomstmuziek. “Nochtans heb ik twee jaar op straat geleefd, dus eigenlijk had ik er al lang een moeten hebben. Wie dakloos is, krijgt normaal gezien voorrang, maar die procedures zitten zo ingewikkeld in elkaar. Ik krijg er kop noch staart aan. Veel hangt af van de ondersteuning die je krijgt bij het OCMW en die verschilt heel erg naargelang welke maatschappelijk werker je hebt. Sommigen geven je veel informatie, andere zo weinig mogelijk, waarschijnlijk omdat ze dan ook zelf minder steun moeten geven. Maar daar zou het toch niet van mogen afhangen. Andy leeft van een werkloosheidsuitkering en heeft een weekbudget van €75. “Ik moet voortploeteren, ik heb geen andere keuze.”

Kevin: “Waarom worden wij financieel afgestraft als we een huis willen delen?”

Kevin woont nog bij zijn ouders in een sociale woning. “Ik werkte voltijds in de horeca, maar verloor daar mijn job. Toen had ik wel plannen om alleen te gaan wonen, maar nu is dat financieel allemaal veel moeilijker. Ik word door het Ocmw wel begeleid om een nieuwe job te vinden, maar die liggen niet voor het rapen.”
Wat voor Kevin op korte termijn wel een oplossing zou zijn, is dat hij een huis zou kunnen delen met vrienden. “Je deelt de huur, je hebt je eigen kamer en koken, eten en bezoek ontvangen doe je in een gemeenschappelijke ruimte. Alleen word je daar financieel voor afgestraft, want dan krijg je leefloon als samenwonende en niet als alleenstaande. Werkende of studerende jongeren doen dat toch ook om kosten te besparen? Waarom mogen wij dat niet?”

Lucy: “In Gent zijn er zodanig veel studentenkoten dat er geen woningen overblijven voor jongeren zoals wij.”

Lucy is op zoek naar een huis, maar stoot alleen maar op studentenkamers. “En daar kan ik niet terecht, want je mag er je domicilie niet zetten. Er zijn hier in Gent zodanig veel studentenkoten, dat er geen woningen overblijven voor jongeren zoals wij. Dat creëert echt een tekort aan betaalbare woningen.”

Alberto: 7 jaar wachten op een sociale woning.

Alberto heeft een uitkering van €1.050 per maand en betaalt 550€ per maand huur voor zijn woning. Daar komen dan nog eens maandelijks kosten bij voor gas, elektriciteit en water, goed voor €157 per maand. “Tel maar uit, veel hou je dan niet over om van te leven. Bovendien is mijn appartement, met 1 slaapkamer, slecht geïsoleerd. De warmwaterboiler werkt meer niet dan wel, dus leefbaar wonen is anders.” Alberto staat op de wachtlijst voor een sociale woning, maar als alleenstaande mag je in Gent rekenen op een gemiddelde wachttijd van 7 (!) jaar. Hij staat nu 1,5 jaar op de wachtlijst, dus nog meer dan 5 jaar te gaan. “Behoorlijk uitzichtloos”, stelt hij vast. “En wachten op een sociale woning is echt niet leuk.”
De jongeren van Jong Gent in Actie blijven echter niet bij de pakken zitten. Ze gingen met elkaar in dialoog, dachten na over hun woonsituatie en kwamen tot 4 zeer concrete beleidsaanbevelingen voor het lokale, Vlaamse en federale beleid:

1. Verhoging van het leefloon / de laagste inkomens
2. Niet financieel afstraffen van samenwonen
3. Leegstand maximaal gebruiken door een wettelijk kader te voorzien voor kraken
4. Maximum huurprijzen of richthuurprijzen

In beweging: Gèry De Keyser

Jeux de mots zijn zijn handelsmerk, humor een primaire behoefte. “Een grap maakt het allemaal wat draaglijker”. Er zijn voor de ander is eten en drinken voor de man, hij staat in het leven zoals hij eruit ziet: aimabel, aanspreekbaar, aaibaar. Maak kennis met een vintage mens: Gèry De Keyser.

Door zijn echtscheiding kwam hij in de armoede terecht. Maagzweren liep hij op door de afval die hij at. En hij werd ziek.

Gèry: “Zo ver drijft de honger je dat je uit vuilnisbakken eet, kun je nagaan. Op een dag ben ik in het Baudelopark het bewustzijn verloren. Ik werd naar spoed gebracht, ziekenhuisfacturen volgden. Die kon ik natuurlijk niet betalen. Via de sociale verpleegster van het ziekenhuis ben ik bij de mutualiteit terecht gekomen, die mij een afbetalingsplan voorstelde. Ik kreeg er het boekje ‘Met weinig geld (over)leven in Gent’ en kwam zo in De Zuidpoort terecht. Ik leerde er Eddy kennen, en zo ben ik in de BMLIK gerold. Dat is nu zo’n vier, vijf jaar geleden.”

Voorzienigheid
De Beweging bleek voor Gèry een beetje thuiskomen.
Gèry: “Ik ervaar in de BMLIK veel mentale steun. Ik heb er een familie bij gekregen. Dat heb ik ook in mijn parochie, waar ik zeer actief ben. Ik haal heel veel sterkte uit mijn geloof, al werd het ooit zwaar beproefd. Als jonge man heb ik een paar jaar verkering gehad met een godsdienstlerares die bij een priester werkte. Bleek dat haar echte liefde die priester was. Ik was er maar voor de schijn. Ik ben toen mijn geloof verloren, maar mijn ouders hebben mij met zachte hand weer naar de Kerk geleid. Later ben ik meer dan 25 jaar gelukkig getrouwd geweest. Maar mijn vrouw heeft mij verlaten. Toen heeft de tegenslag mijn geloof juist versterkt. Daar heeft de Voorzienigheid voor gezorgd.”

Verbintenis
Overal waar hij kan, gaat Gèry helpen: ziekenvervoer, voedsel-bedeling, De Zuidpoort, de Beweging, … En dan hebben we het nog niet eens over zijn jaarlijkse engagement in het buitenland.
Gèry: “In het Dienstencentrum hier in de buurt ga ik elke week helpen om voedselpakketten uit te delen, en één keer per maand ga ik mee de camion lossen. Voor het UZ doe ik ziekenvervoer. De kilometervergoeding die ik daarvoor ontvang, laat mij toe mijn autootje te kunnen behouden. En ik kan er ook eten.

Ik ben geen expert, maar op die manier heb ik wel een goed beeld gekregen van de armoede in Gent. En dat is geen fraai beeld. Maar ik doe het uit geloofsovertuiging. Het is mijn verbintenis met God. En de parochiepriester is mijn begeleider daarbij.”

Bram

Armoede kost je je gezondheid

De jongste Algemene Vergadering van de BMLIK werd afgesloten door een lezing van professor Sara Willems van UGent over de impact van armoede op de gezondheid. Om ziek van te worden.

Mooi was het niet, wat de professor te vertellen had, maar des te interessanter. Er zijn namelijk belangrijke verschillen in gezondheid tussen de diverse sociale groepen in de maatschappij. Geloof het of niet: opleidingsniveau, inkomensniveau en etnische achtergrond zijn bepalend voor een betere of minder goede gezondheid. De verschillen beginnen al van vóór de geboorte. Zwangere vrouwen in armoede met een lager opleidingsniveau gaan minder vaak naar de dokter, wat een invloed heeft op het geboortegewicht en op het aantal vroegtijdige geboortes. Die trend zet zich door tot op latere leeftijd. De opleiding van het kind heeft opnieuw invloed, kinderen in het aso eten gezonder dan die uit het bso. Het aantal mensen met een verhoogd risico op armoede en – daarmee gerelateerd – verhoogde ziektelast en vroegtijdig overlijden is aanzienlijk (en lijkt toe te nemen).

Depressies
Sociale mechanismen veroorzaken een aantal van de verschillen in gezondheid tussen sociale groepen. Meer blootstelling aan gezondheidsrisico’s, levensloopeffecten, inkomensongelijkheid, stigmatisering, minderwaardigheid en de gevolgen van ziekte dragen daartoe bij. Minder gezond eten, roken, alcohol, een woning van ontoereikende kwaliteit en/of gebrek aan comfort… Bovendien heeft het besef dat je onderaan op de sociale ladder staat, evengoed invloed op je gezondheid. Depressies zijn daar maar een voorbeeld van. Het houdt mensen algemeen tegen om naar de dokter te stappen.

Onkelinx
Wat betreft de prijs van een doktersbezoek scoort ons land slecht. Bij de dokter enkel het remgeld betalen zou als basissysteem kunnen helpen. Nu is dat enkel mogelijk voor de laagste sociale klassen, terwijl iedereen er baat bij zou hebben. Niet elke dokter doet hier aan mee, en bovendien kan men er zich voor schamen omdat men in sommige huisartsenpraktijken moet betalen aan de balie (waar de wachtzaal meestal is) en iedereen die er aanwezig is kan meeluisteren. Minister van Volksgezondheid Laurette Onkelinx (2007-2014) wou deze maatregel niet doorvoeren. “Mensen moeten zich er bewust van blijven hoeveel een doktersbezoek effectief kost” was haar uitleg. Maar net vanwege dat besef gaan mensen niet of te laat naar de dokter.

Boter bij de vis
De artsen zelf zijn meestal opgegroeid in de middenklasse of hogere klasse, zij moeten leren zich in te leven in de minder begoede klasse.

Een getuigenis van iemand uit de BMLIK: “Als ik naar het ziekenhuis ga, is het eerste wat ze vragen “Heb je hier schulden?”, in plaats van “Wat scheelt er?” Ze bekijken je altijd scheef. Ik ben een alleenstaande vader die om 3 uur ‘s nachts een zwaar hartinfarct kreeg. Na vijf uur pijn lijden strompelde ik naar het wijkgezondheidscentrum, dat om 8 uur open was. Aan de balie vertelde de medewerkster dat ik mij eerst moest uitschrijven in mijn oude wijkgezondheidscentrum en me dan kon inschrijven in haar centrum. Ik zei dat ik stervende was. Er was wat paniek en voor één keer mocht ik bij een dokter langs, die een cardiogram nam. De ziekenwagen werd opgeroepen en ik kwam op de spoedafdeling terecht. Ze hebben me direct geopereerd. Ik ben werkloos en moest daarom een attest van arbeidsongeschiktheid laten invullen door mijn huisarts. Op eigen kracht (ik ben alleenstaande en hartpatiënt) ging ik naar mijn oude wijkgezondheidscentrum. Daar kreeg ik te horen dat mijn huisarts geen consultaties meer deed omdat ze zwanger was. “We laten de brief invullen, de dokter zal je morgen bellen en we sturen je brief op”. Na een week was er nog geen telefoon of brief. Weer naar het wijkgezondheidscentrum en, ja hoor, daar was mijn brief. Naar het ziekenfonds waar ik voor gesloten deuren stond (er zijn maar drie voormiddagen zitdag). ’s Anderendaags terug naar daar, brief afgegeven. Een week later kreeg ik een brief waarin stond dat 10% werd ingehouden op de ziekte-uitkering omdat ik het attest van arbeidsongeschiktheid twee dagen te laat had ingediend. Om het verhaal kort te maken ben ik ondertussen al vijf keer naar het ziekenfonds geweest, drie keer naar andere instanties…
Hou deuren open en werk minder op afspraak. Procedures en sancties zijn ten koste van de kansarme. Het raakt mijn beschadigde hart.”

Het is niet voldoende de dingen vast te stellen. Het beleid, de prof, de onderzoekers, de medewerkers aan de balies, de kansarmen doen er goed aan in dialoog te blijven gaan. Laat de dingen die overbodig zijn achterwege, wees creatief in verandering, streef naar het dichten van de kloven voor een menswaardig bestaan voor iedereen…

Franky en Vanessa